Hartog Eijsman 1896 - 1941

Geboren 18.9.1896 in Arnhem
Gestorven 20.10.1941 in Mauthausen

Biografie

De man die altijd jong blijft

De levensloop van Hartog Eijsman

18 september 1896 - 20 oktober 1941 

Hartog Eijsman wordt op 18 september 1896, ’s morgens om 11 uur, geboren te Arnhem (sommige bronnen geven 18 augustus aan, dit is onjuist).

Het Joodse gezin Eijsman

Hartog is het achtste kind van kramer (koopman) Benjamin Eijsman en koopvrouw Elisabeth Bos. Zijn oudere zussen en broers zijn Mozes (1882), Christina (1884), Carolina (1886), Jacob (1889), Dora (1891), Rosa (1892) en Johanna (1895). Na Hartog worden in het Joodse gezin nog geboren Frederika (1899) en Simon (1900). Frederika sterft al binnen een jaar na haar geboorte, zodat het gezin uiteindelijk uit negen kinderen bestaat.

Van deze negen kinderen zullen alleen Mozes, Rosa en Simon de oorlog overleven... Hartog wordt ook wel Herman genoemd. Hartog gaat alleen naar de lagere school, daarna moet hij direct werken. Hij wordt lompensorteerder. Hij is 1 meter 60 groot. Als godsdienst wordt vermeld Nederlands - Israëlitisch.

Woonplaatsen

We kunnen bij Hartog letterlijk spreken over een levensloop. Want hij woont in zijn leven op vele plaatsen kriskras door Nederland. Het is moeilijk dit spoor helemaal te volgen. Hartogs jeugd begint in Arnhem. Maar hij verhuist achtereenvolgens naar Bussum, Meppel, Amsterdam, weer Arnhem en Middelburg. In 1924 keert hij definitief terug naar Arnhem.

Arnhem 

Op 1 juli 1924 vestigt Hartog zich definitief in Arnhem.  In Arnhem wordt hij lompenhandelaar. Opvallend is dat er in die tijd een advertentie in de krant staat van Simon Eijsman, zijn jongere broer. Die woont dan op de Wielakkerstraat 9, waar Hartog in 1918 zelf ook woonde. Is dit het ouderlijk huis? Woont Hartog (tijdelijk) bij zijn broer? Hebben ze samen een eigen bedrijf? In Arnhem trouwt Hartog op 6 januari 1926 met Maria Johanna Henriëtte Peters. Zij is net als Hartog ook in Arnhem geboren. Maria is niet Joods, dit wordt in die tijd een gemengd huwelijk genoemd. Hartog is dan 29 jaar, Maria 25 jaar.

Hartog en Maria gaan wonen op de Bouwmeesterstraat 5. In enkele documenten wordt ook de Johannastraat genoemd. Dit is fout, hier woont zijn zus Johanna met haar gezin. Mogelijk heeft Hartog daar voor zijn trouwen wel even gewoond. Het gezin van Hartog en Maria Eijsman krijgt drie dochters. De moeder van Hartog overlijdt in 1928. Twee jaar later, in 1930, sterft ook zijn vader.

Militaire dienst

Hartog verschijnt op 8 juni 1915 voor de keuringsraad vanwege zijn militaire dienstplicht. Hij is dan 18 jaar. In Europa woedt de Eerste Wereldoorlog, die dan nog De Groote Oorlog wordt genoemd. Hartog zou graag bij de infanterie willen. De arts vindt dat echter geen goed idee. Bij de infanterie moet je veel lopen, en Hartog heeft platvoeten…  Het advies van de arts is vestingartillerie. Dat zijn zware kanonnen in vaste opstellingen in de toenmalige Nederlandse forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daar hoef je alleen maar bij te staan, lopen is nauwelijks nodig. Op 3 maart 1918 moet Hartog daadwerkelijk opkomen in militaire dienst. De Eerste Wereldoorlog is nog in volle gang, en het Nederlandse leger is al bijna vier jaar gemobiliseerd en in hoogste staat van paraatheid. Hartog komt terecht bij de 1e Batterij van het 1e Regiment Vestingartillerie in Utrecht. Het is niet duidelijk wanneer de dienstplicht van Hartog er op zit. Die duurt normaal gesproken acht en een halve maand. Dat zou betekenen dat Hartog half november 1918 weer vrij man zou zijn. De oorlog is dan net afgelopen (11 november 1918). Dat zou dus kunnen, maar is niet erg waarschijnlijk. Vermoedelijk heeft hij wel wat langer in zijn uniform moeten  rondlopen. Terwijl Hartog in Arnhem woont, daar zijn handel drijft en zijn gezin sticht, wordt hij op papier voor militaire dienst meerdere keren overgeplaatst. Hij hoeft daarvoor niet daadwerkelijk weer het uniform aan te trekken. Het is slechts een lastgeving. In geval van dreigende oorlog en mobilisatie moet hij dan opkomen bij dat onderdeel. Vermoedelijk zal hij nog wel een aantal keren zijn opgeroepen voor herhalingsoefeningen, om te zorgen dat hij zijn militaire vaardigheden behoudt en nieuwe kennis aangeleerd krijgt. Op 1 oktober 1936 is de militaire dienst voor Hartog definitief verleden tijd. Ook in geval van oorlog zal hij gezien zijn leeftijd (40 jaar) niet meer onder de wapenen geroepen worden.

Oorlog

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland binnen. Al direct op die 10e mei wordt Arnhem door de Duitse troepen ingenomen. Op 15 mei geeft het Nederlandse leger zich over en begint de bezetting, die vijf jaar zal duren. Deze bezetting zal aan ruim 100.000 Joodse Nederlanders het leven kosten. In het begin van de Duitse bezetting lijkt er voor de Nederlandse bevolking en hun Joodse landgenoten nog weinig te veranderen. Ambtenaren en onderwijzers moeten een zogenaamde Ariërverklaring tekenen, waaruit blijkt dat ze geen Joodse voorouders hebben. Maar verder gebeurt er nog niets. Eind november 1940 volgt de eerste anti-Joodse maatregel: Joodse ambtenaren worden ontslagen. Langzaam volgen er meer maatregelen. Vanaf begin 1941 moeten allerlei groepen Joden zich melden voor verplichte tewerkstelling in Nederland en Duitsland. Regelmatig vinden razzia’s (klopjachten) plaats om Joden die zich niet gemeld hebben te arresteren. In april 1941 wordt voor alle Nederlanders van 15 jaar en ouder het (moeilijk te vervalsen) persoonsbewijs ingevoerd waarmee men zich verplicht moet kunnen legitimeren. In dit persoonsbewijs staat voor Joodse inwoners een zwarte J, deze is vanaf januari 1942 verplicht. Vanaf 3 mei 1942 moeten alle Joden een gele ster op hun kleding dragen, die ze zelf moeten betalen. Het is nu makkelijk om de Joden de toegang te ontzeggen tot openbare gebouwen, parken, scholen enz. Veel Joden zoeken een veilig heenkomen en duiken onder.

Arrestatie

Deze laatste ontwikkelingen zal Hartog niet meer meemaken. Een Jodenster heeft hij nooit gedragen. Vanaf september 1940 beginnen de Duitsers vanuit de Aussenstelle Arnheim van de Duitse Sicherheitsdienst (SD) aan de Utrechtsestraat 85 (toen 55A) alle Joden in Gelderland te registreren.  De Duitse Sturmführer Willy Bühe speelt hierbij een belangrijke rol. Hij is op de Aussenstelle Arnheim als Judensachbearbeiter (administratief medewerker voor Jodenzaken) belast met de “administratie” betreffende de Joden voor de provincie Gelderland. Het pand van de Aussenstelle aan de Utrechtsestraat wordt gebruikt om arrestanten (Joden, verzetsstrijders) op te brengen, gevangen te zetten, te verhoren en te martelen. Mensen die langer gevangen gehouden moeten worden, gaan vaak naar het Huis van Bewaring aan het Walburgplein. Op 7 en 8 oktober 1941 vindt in Gelderland een grote razzia plaats in Aalten, Arnhem, Apeldoorn, Borculo, Doetinchem, Lichtenvoorde, Lochem, Ruurlo, Terborg, Winterswijk en Zutphen. Het arresteren gaat ogenschijnlijk volstrekt willekeurig, waarmee de Duitsers de Joden angst proberen aan te jagen. De bedoeling is dat ruim 230 Joodse mannen gearresteerd gaan worden. Er zullen in totaal echter slechts ongeveer 90 - 95 Joodse mannen opgepakt worden. De lijsten van de 230 bij de razzia van 7 en 8 oktober 1941 in Gelderland te arresteren Joodse mannen worden door Judensachbearbeiter Sturmführer Willy Bühe opgemaakt. De arrestaties in Arnhem worden door de Grüne Polizei uitgevoerd op woensdagmorgen 8 oktober 1941. De gearresteerde Joden moeten voor 12.00 uur naar de Willemskazerne aan het Willemsplein gebracht worden (die kazerne is in september 1944 gebombardeerd en niet weer opgebouwd). Van de 130 mannen die op de Arnhemse lijst staan, blijken er 64 niet thuis te zijn. In de nacht van 8 op 9 oktober gaan de Duitse Sicherheitspolizei en de Ordnungspolizei opnieuw op pad om ook deze mannen te arresteren. Ze vinden er slechts twee, wat het totaal in Arnhem op 68 gearresteerde Joden brengt. Eén van hen is Hartog Eijsman. Elders in Gelderland zijn op 7 en 8 oktober slechts zo’n 25 mannen opgepakt. Deze tweedaagse razzia levert de Duitsers uiteindelijk tussen de 90 en de 95 arrestanten op, en niet de gewenste 230. In de Willemskazerne worden de vastgenomen mannen medisch gekeurd door dokter Cathol, een Duitse militaire arts die op dat moment verbonden is aan het Diaconessenziekenhuis. Ongeveer 20 mannen worden afgekeurd en naar huis gestuurd: de Duitsers doen er alles aan om de schijn op te houden dat de mannen gedwongen tewerk gesteld zullen worden in Duitsland. De overige gearresteerde mannen brengen de nacht door in de kazerne. Ze worden dus niet ondergebracht in het Huis van Bewaring aan het Walburgplein. De volgende dag, donderdag 9 oktober, worden 70 Joodse mannen op de trein gezet richting Mauthausen. Onder hen de voetballer van Vitesse Benjamin van Leer. Ook Hartog Eijsman is één van hen. De reis zal enkele dagen duren. Via station Enschede verlaten ze Nederland voorgoed.

Concentratiekamp Mauthausen

De 70 mannen worden allemaal overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Ze gaan dus niet via Westerbork, zoals dat later wel veel zal gebeuren. Deze transporten worden ook nog niet geregistreerd. Op 11 oktober komt Hartog aan in Mauthausen, waar hij wordt geregistreerd en een kampnummer krijgt: 5825.

Het leven in het kamp

Het concentratiekamp Mauthausen is vanaf augustus 1938 gebouwd. Het ligt ongeveer 20 kilometer van Linz, de derde stad van Oostenrijk aan de Donau. Mauthausen is een werkkamp. De gevangenen worden tewerk gesteld in de nabij gelegen steengroeven. Mauthausen behoort tot de zwaarste categorie concentratiekampen, bestemd voor streng gestraften. In het kamp is mishandeling, marteling en moord aan de orde van de dag. Gecombineerd met het onmenselijk zware werk (er moeten ongeveer 50 kilo zware granietblokken omhoog gesjouwd worden op een trap van 186 treden, de ‘Trap des Doods’) betekent gevangenschap in Mauthausen een zekere dood. De lijken worden in ovens verbrand. Onder de onmenselijke omstandigheden plegen veel gevangenen zelfmoord door van de berg af te springen of door zich in de onder hoogspanning staande afrastering te werpen. In het kamp komen ten minste 90.000 gevangenen om. Onder hen mer den 16.000 Joden, van wie ten minste 900 uit Nederland.

Overlijden

Voor het einde van oktober zijn al 60 van de 70 mannen uit Gelderland omgekomen…  De families die in Nederland zijn achtergebleven ontvangen bericht van dit overlijden. Als doodsoorzaak worden allemaal leugens vermeld. Hartog is één van die 60 mannen uit Gelderland, die al binnen een maand na aankomst in Mauthausen komt te overlijden. Hij sterft op 20 oktober 1941 in Mauthausen. Slechts één maand na zijn 45ste verjaardag… De doodsoorzaak die in het register wordt genoteerd is „Herzmuskelschwäche“. Het is toch een leugen… Het tijdstip van overlijden is 14.45 uur. Hartog is de twaalfde dode van die dag.

Het gezin van Hartog Eijsman

Als eind 1942 de anti-Joodse maatregelen steeds harder worden en er steeds meer Joodse gezinnen worden opgepakt en afgevoerd, duikt Maria Peters met haar drie dochters onder. Ze gaan naar de omgeving van Lunteren en Barneveld, waar ze de oorlog weten te overleven.

Michelle van Hofwegen, Bevriend met kleinzoon

 

Bronnen:

Website https://www.oorloginnijmegen.nl/index.php/oorlog-in-nijmegen/razzia-s-endeportaties/557-razzia-s/razzia-s-publicaties/1458-de-aussenstelle-arnheim

Diverse bevolkingsregisters

Website http://mijngelderlandmedia.azureedge.net/2131/27-pastoorstraat_nl.pdf

Website www.Delpher.nl (kranten en tijdschriften)

Informatie historica mevr. Wally de Lang

positie in de ruimte